Hoe is het om als Vlaming te werken in een ander continent en er met je gezin te wonen? Amélie Vanmaele, Gerrit Stassyns en Amaury de Cocqueau deden het. Hun getuigenis.

DOOR MIEKE VERCRUIJSSE EN GEERT DEGRANDE – FOTO’S GRF

Amélie Vanmaele werkt als Windows Category Lead bij Microsoft in Singapore. “Een job waarbij ik ook nog eens zeer veel reis. Ideaal voor mij, met mijn reiskriebel. Maar in Singapore kom ik echt thuis. Dit land is volledig aangepast aan het harde werken en biedt enorm veel mogelijkheden op vlak van vrije tijd.

Hoe ben je in Singapore terechtgekomen?

Ik werk nu twaalf jaar voor Microsoft. Bij zo’n multinational zijn er veel mogelijkheden om internationaal te werken. Dat was eerst in Europa en het Midden-Oosten, maar met mijn basis in België. Zo kreeg ik al vrij snel een internationale kijk op de business. Elk land heeft door de culturele verschillende en andere uitdagingen. Toen er een positie vrijkwam in Singapore heb ik niet getwijfeld want ik had altijd al een zwak voor Azië. En het ging vrij snel: zes weken later woonde en werkte ik in Singapore. Omdat ik geen gezin heb, kon ik ook snel vertrekken

Kon je je er makkelijk aanpassen?

Ja, hoor. Ik was vooraf nog nooit in Singapore geweest, maar bij aankomst werd ik door Microsoft uitstekend begeleid. Ze helpen met huisvesting, bankzaken,… Dat is het voordeel om voor een groot bedrijf te werken. Voor hen is dat dagelijkse kost, dus op dat vlak hoefde ik me al geen zorgen te maken. Sociale contacten gaan hier ook zeer vlot. De expatwereld is intussen een groot deel van mijn vriendenkring en ik zie dit als een grote verrijking. Het is wel zo dat het vaak een komen en gaan is van mensen, maar tegenwoordig is contact houden niet meer zo moeilijk

Waar is ‘thuis’ voor jou?

Dat is een veel gestelde vraag in de expatwereld (lacht): ‘where is home?’. Wel, voor mij is dit duidelijk in Singapore. Telkens ik hier toekom, is het voor mij thuiskomen. Ik heb mijn leven hier opgebouwd. In Singapore ligt de levenskwaliteit hoog. Door het warme klimaat is het hier altijd een beetje vakantie met barbecues, naar het strand gaan, bijkletsen aan het zwembad,… Ik werk hier hard, maar de vrije tijd is veel kwalitatiever dan bijvoorbeeld in België. Het leven is hier volledig aangepast aan het harde werken. Alle winkels zijn lang open. Ik hoef nooit te denken dat ik me moet haasten om tegen sluitingstijd in de winkel te geraken. Ook het openbaar vervoer en de taxidiensten zijn efficiënt, er zijn geen files.

Maar je brengt ook veel tijd op de luchthaven en in het vliegtuig door…

Ja, inderdaad. Ik ben verantwoordelijk voor Japan, Korea, Australië, Nieuw-Zeeland, Singapore, Taiwan, Hong Kong. Dat reizen gaat wel in fases, soms ben ik ook eens drie weken na elkaar thuis, maar dit is eerder de uitzondering. Gemiddeld ben ik zo’n derde van de tijd weg. Maar dat vind ik leuk. Het is fijn om eens fysiek samen te zitten met de mensen waarmee je dagelijks via telefoon of mail werkt. Maar ik heb intussen geleerd om productief te zijn onderweg, zoals conference calls doen in de taxi of werken in de business lounge op de luchthaven. Op het vliegtuig zelf probeer ik te genieten van de momenten om eens ‘gedeconnecteerd’ te zijn. Dan ben ik voor één keer baas van mijn eigen tijd.

Is er ook tijd om andere landen te ontdekken?

Zeker, daar maak ik tijd voor. Singapore is zeer centraal gelegen, dus een weekendje Bali of zo, dat gebeurt wel vaker. En als ik reis voor het werk, maak ik er ook een punt van om het weekend nog te blijven. Het is belangrijk om het land waarvoor ik werk ook buiten de business te leren kennen.

Hoe ziet de toekomst eruit?

Ik wil in de internationale context blijven werken, dat heeft me op persoonlijk vlak enorm verrijkt. Het heeft me geleerd een open blik op de wereld te hebben. Dat moet wel als je je expertise ten dienste van verschillende landen wil stellen. Ik zou nog wel wat in Singapore willen blijven, maar ik sta open voor nieuwe uitdagingen. Professioneel heb ik ook interesse in Latijns-Amerika omdat de business daar enorm aan het groeien is. Maar na twaalf jaar binnen Microsoft, lijkt het me ook wel interessant om mee te werken aan de bron, daar waar de beslissingen genomen worden en dat is in ons hoofdkwartier in Seattle. We zien wel…

“In het vliegtuig ben ik baas van mijn eigen tijd”

Gerrit Stassyns werkt als Programme Manager in de Zimbabwaanse hoofdstad Harare en woont er met zijn vrouw, dochtertje en adoptiezoon. Zijn missie is er een programma te leiden ter verbetering van de kwaliteit van het kleuteronderwijs.

Gerrit Stassyns (63) houdt van uitdagingen op vlak van werk. “Ik ben geïnteresseerd in deze wereld en je kan in het leven niet genoeg weten, zien en doen. Daarom is het voor mij belangrijk verschillende van mijn talenten en passies aan te spreken en te gebruiken”, vangt hij aan. Gerrit studeerde moraalwetenschappen in Gent, was onder meer kapitein op een schip in Frankrijk, vakbondsman, manager, freelance journalist,… en is goed vertrouwd met nogal wat Afrikaanse landen. “Er is veel zinvol werk op deze wereld zodat je echt niet in routine hoeft te vervallen. Ik heb in heel mijn carrière altijd gedaan wat ik graag deed”, zo legt hij uit.

De laatste veertien jaar is hij werkzaam in het buitenland. Hij voerde opdrachten uit in Angola, Namibië, Rwanda en momenteel werkt hij in Zimbabwe voor de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand (VVOB). Deze organisatie heeft als doel het onderwijs in ontwikkelingslanden te verbeteren en door ervaring in ontwikkelingslanden ook ons onderwijs onder de loep te nemen.

“Het is niet overal evident werken. Neem nu Angola. Toen ik er aankwam, in 2002, lag het land er na 30 jaar burgeroorlog letterlijk volledig in puin. De bevolking is er straatarm, terwijl dit qua grondstoffen een enorm rijk land is. Het werken met de lokale collega’s daarentegen verliep er quasi moeiteloos want ik vergat er dat ik blank was. Dat is niet overal zo. In landen als Namibië en Zimbabwe is het als blanke vaak wat moeilijker door het apartheidsverleden”, gaat hij verder.

Gerrit probeert steeds persoonlijke banden met de bevolking op te bouwen. “In Angola heb ik twee straatkinderen opgevolgd en betaalde ik voor de studies van één van hen. Onlangs kreeg ik een bedankingsbericht: hij is nu een gediplomeerd fysicus.” De expat is intussen getrouwd met de Rwandese Restuda Mukanyandwi. Samen hebben ze een dochtertje Akila (4) en een adoptiezoon Kelly (15) en ze wonen in Zimbabwe. “Ik word niet zelden ondergedompeld in de vreselijke geschiedenis van de landen waar ik werk. Mijn vrouw heeft in Rwanda de genocide meegemaakt en gezien hoe haar eigen broer vermoord werd. De horror begaan door het menselijk ras is onvoorstelbaar.”

Expatwereldje

Gerrit vindt het belangrijk om als expat tussen de lokale bevolking te leven. “Ik heb er nooit voor gekozen om voor mijn sociale contacten in het expatwereldje te blijven hangen. Ik kom niet naar een ander land om frieten en stoverij te eten en een hele avond pinten met andere expats te drinken. Maar ik moet wel wat extra inspanning doen als blanke, want in vele Afrikaanse landen blijven blanken ook nu nog slechte herinneringen oproepen”, besluit hij.

Dat Gentenaar Amaury de Cocqueau niet alleen een zeer speciale naam heeft, maar ook een atypisch cv is eigenlijk een understatement. Hij studeerde af als architect en stortte zich vervolgens op de gamingwereld. Daarna ging hij onder meer aan de slag bij een Amsterdams crowdfundingbureau. Hij woonde een half jaar in Nederland en is momenteel terug in België, maar werkt vanuit Gent als zelfstandige ook voor Tricycle Europe, een eveneens Amsterdams bureau dat gespecialiseerd is in social selling. “Elke buitenlandse ervaring is een enorme verrijking”, zegt hij.

Geefrevolutie

Amaury De Cocqueau richtte in april 2014 Applycaid op. Dat bedrijfje ontwikkelde de spelletjesapp Prince Bounce. Het spelletje op zich is klassiek en doodgewoon – spelers moeten een gevangen prinses en haar paard redden – maar het bijzondere is dat Applycaid een systeem ontwikkelde waarbij de spelers een goed doel steunen. “Ik vertrok vanuit de dubbele vaststelling dat fundraising om goede doelen te steunen het steeds moeilijker heeft en dat steeds meer mensen minstens een paar minuten aan het gamen zijn. Ik heb die twee aan elkaar gekoppeld en wil daarmee eigenlijk een wereldwijde geefrevolutie ontketenen.”

Crowdfunding en social selling

Voor de ontwikkeling en de commercialisering van het spel kwam Amaury de Cocqueau in contact met de crowdfundingwereld en met alle aspecten die daarmee verband houden. Hij ging in Amsterdam aan de slag bij crowfundingbedrijf Douw & Koren en begon tegelijk ook te werken voor Tricycle Europe. “Connectiviteit is hét ordewoord van vandaag”, zegt hij. “Niet alleen de verbondenheid tussen objecten via Internet of Things (zie pagina 38), maar ook tussen mensen. We zitten echt volop in de netwerkeconomie. Met Tricycle Europe helpen we bedrijven bij hun digitale transformatie. We trainen professionals om de sociale media niet alleen in woorden, maar ook in daden een belangrijke rol te laten spelen en om volop voordeel te halen uit tools zoals LinkedIn Sales Navigator. Omdat we één en ander op een zeer professionele manier aanpakken, halen we daar ook duidelijk te bewijzen resultaten mee. Het is vooral interessant dat Tricyle Europe een bijzonder internationale omgeving is. In zeven talen zijn we actief in 44 verschillende landen.”

Enorme verrijking

Na een half jaar in Amsterdam te hebben gewoond, werkt Amaury de Cocqueau nu weer vanuit Gent voor Tricycle Europe. “Dat bewijst dat de digitale wereld oneindig veel mogelijkheden biedt. Steeds meer kan je eigenlijk van overal ter wereld werken. Ik ben altijd internationaal gericht geweest, dus toen ik de kans kreeg om naar Amsterdam te gaan, heb ik die gegrepen. Niet dat ik er speciaal op zoek naar was. Ik verwacht dat ik in de toekomst ook nog wel periodes vanuit het buitenland zal werken. Waar dat zal zijn, kan ik niet meteen zeggen. Dat hangt af van de kansen die op mijn pad komen, van de mensen die ik onderweg ontmoet. Want het is hoe dan ook leuk om ondergedompeld te worden in een nieuwe cultuur, in andere culinaire gewoontes of in een andere taal. In Amsterdam kon ik natuurlijk ook gewoon Nederlands praten. De cultuurschok was dus minder erg dan als ik pakweg naar Nepal was verhuisd, maar toch zijn er wezenlijk vele zaken anders. Voor iedereen die de kans krijgt om een buitenlandse ervaring op te doen, is mijn advies om die zeker niet te laten liggen. Het is enorm verrijkend én het helpt rekruteerders overtuigen om je een job aan te bieden.”